U bent hier: Masterstage Basisarts als finaliteit van de vorming tot arts aan de K.U.Leuven

Basisarts als finaliteit van de vorming tot arts aan de K.U.Leuven

Document voorbereid door de Werkgroep Basisarts
Besproken op de POC Arts (08/01/2003 en 12/03/2003) en de Werkgroep Visitatie Artsenopleiding (02/04/2003)
Goedgekeurd op de Faculteitsraad van (07/05/2003)

Op het einde van het 7de jaar van de medische opleiding, krijgt de student het diploma "arts". Al is die arts dan wettelijk bevoegd tot het uitoefenen van de geneeskunde, op dat moment is hij/zij pas klaar voor de gekozen vervolgopleiding: Huisartsgeneeskunde, Specialisatie, Maatschappelijke gezondheidszorg of Wetenschappelijk onderzoek. Vandaar dat de student dan 'basisarts' genoemd wordt. Een basisarts is dus geen huisarts; de eindtermen van de huisarts verschillen van deze van de basisarts. De basisarts is bekwaam om zelfstandig medisch te handelen, met inachtneming van medisch-ethische aspecten en bewustzijn van eigen grenzen.

De omschrijving van de basisarts is voor de studenten een richtsnoer voor de te bereiken competenties. Voor opleidingsverantwoordelijken is het een streefdoel dat bepalend is voor de inhoud van de opleiding, de structurering en fasering ervan en ook toelaat om het eindproduct - de basisarts - hieraan te toetsen. Voor externe belangstellenden (toekomstige studenten, gastdocenten, visitatiecommissie,...) geeft de omschrijving een snelle introductie in datgene waar de medische opleiding aan de K.U.Leuven voor staat.

Hierna geven we eerst de uitgangspunten weer. Daarna volgt de omschrijving van basisarts en een visuele voorstelling. Vervolgens worden de samenstellende aspecten van de omschrijving verder toegelicht.

Voor de omschrijving van basisarts wordt vertrokken van een geïntegreerd, holistisch opleidingsprofiel. De basisarts is niet louter de som van kennis en vaardigheden aangereikt in de verschillende disciplines. Deze kennis en vaardigheden zijn geïntegreerd aanwezig en de basisarts kan ze ook adequaat gebruiken; de basisarts bezit discipline-overstijgende kennis, vaardigheden, attitudes, waarden en normen...

Om de verschillende aspecten van de basisarts te verwoorden, vertrekken we vanuit het begrip "competentie". Een competentie is een geïntegreerd geheel van kennis, houding en vaardigheden waarover een beroepsbeoefenaar beschikt om efficiënt en adequaat te kunnen handelen in diverse beroepscontexten 1.

In de omschrijving van basisarts focussen we telkens op een ander aspect van die competentie. Hiervoor werden de verschillende aspecten die met elkaar verstrengeld zijn kunstmatig uit elkaar gehaald. Bij het lezen van deze aspecten mag men nooit de samenhang uit het oog verliezen. Ook de voorbeelden vermeld onder elk aspect mogen niet exhaustief gelezen worden. De opsomming is oriënterend en zeker niet limitatief bedoeld 2.

De competenties van de basisarts worden in onderstande figuur visueel weergegeven.

basisarts.gif

Figuur 1 Competenties van de basisarts

De basisarts 3 :
  1. bezit medische competentie, dit wil zeggen dat hij/zij medische problemen efficiënt kan aanpakken.
    Hiervoor bezit de basisarts:
    1.1. een breed (bio)medisch kennispakket 4
    1.2. vaardigheden 5
    1.3. attitudes
  2. is wetenschappelijk gevormd en bezit de houding tot levenslang leren;
  3. is in staat te functioneren binnen de organisatie van de gezondheidszorg en de maatschappelijke context;
  4. is in staat om over zichzelf en eigen professioneel functioneren te reflecteren.

Er is uiteraard een verband tussen de verschillende aspecten van de basisarts en de vijf opleidingslijnen in het vernieuwd curriculum. De Medische Basiscompetentie (1) verwijst zowel naar de Lijn Geneeskundige (Basis)wetenschappen als naar de Lijn Manuele en Communicatieve vaardigheden. De Wetenschappelijke vorming (2) gaat terug op de Lijn Wetenschappelijke Vorming. Het aspect Kunnen Functioneren in het Maatschappelijk Bestel (3) houdt nauw verband met de Lijn Mens Milieu en Maatschappij. De Lijn Keuzeonderwijs tenslotte zit verweven binnen elk aspect, daar waar naast het Verplicht Curriculum ook ruimte is voor eigen Keuze van de student.

In wat volgt, worden de vier aspecten verder uitgewerkt.

  1. De basisarts bezit medische basiscompetentie
     
    Dit wil zeggen dat de basisarts medische problemen efficiënt kan aanpakken. Er wordt bewust gekozen voor de term "aanpakken" en niet "oplossen". Omdat het beleid van een basisarts ook de beslissing kan inhouden niet zelfstandig te handelen maar door te verwijzen (Raamplan, p. 25). Opdat de basisarts deze medische problemen efficiënt zou kunnen aanpakken, moet hij/zij in staat zijn klinisch te redeneren én te handelen.
     
    Met klinisch redeneren wordt bedoeld dat de basisarts de klacht/vraag van een patiënt kan duiden vanuit een bio-psycho-sociale betekenis. De basisarts moet o.a. kunnen een probleem verhelderen (dit houdt in: structureren, analyseren, synthetiseren, definiëren, interpreteren, gebruik maken van heuristieken en algoritmes...); een differentiële diagnose opstellen; gemotiveerd aanvullende technische onderzoeken aanvragen; een beleid, behandelingsplan, sociale begeleiding opstellen op maat van de patiënt en een opvolgingsplan voor chronisch lijden en palliatieve begeleiding opstellen.
     
    Klinisch handelen houdt in dat de basisarts de opgedane wetenschappelijke kennis kan toepassen om medische problemen op te lossen. Hij/zij moet ook in staat zijn relevante lichamelijke, psychologische en sociale interventies uit te voeren. Dit zowel door preventie te voorzien als door op te treden in acute en chronische situaties, zowel ter bevordering van rehabilitatie als om terminale zorg toe te dienen. De basisarts moet levensbedreigende situaties herkennen en ermee kunnen omgaan. Hij/zij moet ook op gepaste wijze doorverwijzen in samenwerking met andere medische voorzieningen.
     
    Het is evident dat de basisarts om medische problemen aan te pakken hiertoe ook de vereiste basiskennis en vaardigheden bezit. De basisarts heeft ook de attitudes om als medicus te functioneren. Deze basiskennis, vaardigheden en attitudes worden meer gedetailleerd omschreven in de volgende drie paragrafen (1.1, 1.2 en 1.3.).
     
    1.1  De basisarts bezit een breed kennispakket 6

    De basisarts bezit o.a. kennis van de structuur en functie van het menselijk lichaam als een complex en adaptief biopsychologisch systeem; van abnormaliteiten in lichaamsstructuur en –functies, die verschijnen in ziekten; van normaal en afwijkend menselijk gedrag; van moleculaire, cellulaire, biochemische, fysiologische en psychologische mechanismen die de homeostasis regelen; van de levenscyclus en de effecten van groei, ontwikkeling en veroudering voor het individu, de familie en gemeenschap; van de ziekteleer en natuurlijke geschiedenis van acute en chronische ziekten, van gezondheid en gezondheidsbevordering, van principes en toepassingen van therapie (o.a. het gebruik en de doeltreffendheid van verschillende therapieën).

     

    1.2 De basisarts bezit basisvaardigheden met betrekking tot het klinisch handelen; communicatie en samenwerking

    Wat het klinisch handelen betreft wordt van de basisarts verwacht dat hij/zij de vaardigheden bezit om o.a. de patiëntenvraag te verhelderen, een gerichte anamnese uit te voeren, patiënten te onderzoeken; diagnostische/therapeutische handelingen te verrichten alsook langdurige begeleiding op te zetten. Daarnaast dient de basisarts getraind te worden in motivatie- en reïnforcementtechnieken in verband met preventie.

    Voor communicatie en omgang met patiënten en hun familie moet de basisarts o.a. kunnen luisteren en op de juiste manier relevante vragen stellen, inschatten wat een patiënt begrijpt, informatie op maat van de patiënt overbrengen, een slecht-nieuwsgesprek kunnen voeren, de patiënt kunnen motiveren tot gedragsverandering en langdurige en palliatief-terminale begeleiding opzetten.

    Tot slot bezit de basisarts ook de vaardigheden om o.a. collegiaal, interdisciplinair en interprofessioneel te communiceren, een positieve samenwerkingsrelatie uit te bouwen en effectief in team te functioneren.

    De basisarts kan zich zowel mondeling (b.v. casuspresentatie,...) als schriftelijk (bv. verwijsbrieven opstellen) doeltreffend uitdrukken.

     

    1.3 De basisarts bezit de vereiste attitudes

    Zowel voor het klinisch handelen, voor de communicatie en omgang met patiënten als voor de samenwerking met collega's is de basisarts bekommerd, empathisch, tactvol, integer, altruïstisch, eerlijk, enz...De basisarts toont ook verantwoordelijkheidszin voor zowel het lichamelijk als het geestelijk en sociaal welzijn; respect voor elke patiënt (ongeacht ras, sekse, levensfase, socio-economische status, opleiding, cultuur, seksuele geaardheid, opleiding, levensovertuiging...) en respect en erkenning voor collega's en hulpverleners uit andere disciplines. Tot slot is hij/zij bereid om anderen (bv. stagiairs) te onderrichten.

  2. De basisarts is wetenschappelijk gevormd en bezit de houding om levenslang te leren
     
    Als wetenschappelijk gevormd persoon bezit de basisarts o.a. kennis van de grondbeginselen van wetenschappelijk onderzoek en de mogelijkheden, begrenzingen en ethische implicaties van (wetenschappelijke/klinische) onderzoeksmethodes. Hij/zij kan literatuur ontsluiten en is vertrouwd met de principes en methodologie van Evidence Based Medicine.
     
    De basisarts kan tevens relevante onderzoeksvragen formuleren; gericht informatie opzoeken uit verschillende databases en deze informatie analyseren, kritisch benaderen en toegankelijk stockeren (efficiënt management van informatie en administratie). De basisarts kan de medische onderbouwing van een wetenschappelijk/klinisch artikel beoordelen en evalueren in welke mate evoluties in relevante wetenschappen (biomedische wetenschappen, farmacologie, biotechnologie...) aangewend kunnen worden voor optimalisering van het eigen professioneel handelen. De basisarts kan zich zelfstandig een mening vormen en systematisch en overzichtelijk bevindingen rapporteren.
     
    Een houding om levenslang te leren uit zich o.a. in wetenschappelijke nieuwsgierigheid, kritische zelfstandigheid en het bewustzijn van de noodzaak tot levenslang leren en voortdurende nascholing.
     
  3. De basisarts kan functioneren binnen de organisatie van de gezondheidszorg en de maatschappelijke context
     
    De basisarts heeft o.a. inzichten in de structuur van de gezondheidszorg en de sociale kaart. Hij/zij ziet de regionale verschillen in de organisatie van de gezondheidszorg en kent de maatschappelijke bepalingen voor medisch handelen (zoals bv. terugbetalingsvoorwaarden). De basisarts heeft verder inzicht in de relatie (wederzijdse beïnvloeding) tussen de medische instantie en andere maatschappelijke instanties (zoals politiek, juridisch, economisch, ecologisch, ethisch....) en in het gezondheidsbeleid. Hij/zij ziet de relatie tussen de determinanten van ziekte en gezondheid voor een populatie in zijn geheel. Hij/zij heeft inzicht in de mechanismen die ongelijkheid in toegang tot de gezondheidszorg en kwaliteit van de gezondheidszorg bepalen.
    Deze inzichten zijn van belang om op een adequate wijze hierin zijn/haar verantwoordelijkheid op te nemen.
     
    De basisarts kan flexibel omgaan met wijzigingen in de maatschappelijke context en met ethische dilemma's. Hij/zij kan het eigen morele standpunt argumenteren tegenover patiënten en collega's.
     
    De basisarts is zich bewust van de eigen verantwoordelijkheid voor functioneren van gezondheidszorg rekening houdend met financiële, logistieke en andere beperkende factoren. De basisarts heeft een verantwoordelijkheid in het in stand houden en bevorderen van de volksgezondheid (preventief handelen, bijdragen genezing en herstel, verlichten lijden en ongemak, begeleiden zieken en omgeving...). Hij/zij is zich o.a. ook bewust van de internationale gezondheidsstatus, globale trends, de impact van migratie en de rol van internationale gezondheidsorganisaties.
     
  4. De basisarts kan reflecteren over zichzelf, het eigen professioneel functioneren en de ethische implicaties daarvan
     
    De basisarts kan reflecteren over zichzelf en zijn/haar eigen professioneel functioneren 7 ; hij/zij neemt in de reflectie niet alleen de technische, maar ook ethische, emotionele en politieke implicaties mee. Verder denkt hij/zij niet alleen na over het eigen handelen, maar ook over de achterliggende beroepsopvattingen en opvattingen over het professionele zelf.
    Daarnaast kan de basisarts ook een leeragenda opstellen, de draagwijdte van eigen keuze voor carrièremogelijkheden versus privéleven inschatten, omgaan met de dilemma's die dit met zich meebrengt en zorg dragen voor de eigen gezondheid.
     
    De basisarts bezit een houding van verantwoordelijkheid, toewijding en betrouwbaarheid.

1 Dochy, F., Heylen, L., & Van de Mosselaer, H. (2002). Assessment in onderwijs. Utrecht, Lemma, p. 166.
2 Voor een beschrijving van de eindtermen en concrete doelen verwijzen we naar de betreffende syllabi.
3 Bron: Raamplan, 2001; Global Minimum Essential Requirements in Medical Education (Institute for International Medical Education, (IIME) June 2001). (http://www.iime.org/gmer.htm)
4 Het betreft hier een medisch totaalpakket van kennis en vaardigheden uit de andere disciplines die een voorwaarde zijn om in de gekozen vervolgopleiding te kunnen functioneren.
5 Zie voetnoot 4.
6 De basisarts heeft een algemene medische kennis die hem moet toelaten andere medische specialismen breder te kaderen en medische interventiewijzen van andere specialismen te situeren. Het is niet de bedoeling dat alle specialistische theorieën uit de vervolgopleiding reeds in de basisopleiding aan bod komen. Wel dat er een brede basisvorming gegeven is, zodat de basisarts klaar is voor de vervolgopleiding. De vervolgopleiding moet, voortbouwend op de kennis uit de basisopleiding, de specialistische kennis en vaardigheden bijbrengen.
7 Kelchtermans, G. (2001). Reflectief ervaringsleren voor leerkrachten. Een werkboek voor opleiders, nascholers en stagebegeleiders (Cahiers voor Didactiek, 10). Deurne: Wolters Plantyn.

NIEUWS
AGENDA