U bent hier: Masterstage Klinische Casussen - Stagemap

Klinische Casussen - Stagemap

3.1 INLEIDING *
   

Tijdens je stages in de disciplines inwendige, heelkunde werk je elke maand één klinische casus uit rond een thema dat specifiek je interesse wegdraagt of iets wat je opgevallen is. Ook voor de stages in de disciplines kindergeneeskunde, gyneacologie, psychiatrie en neurologie maak je één casus. Het kan gaan om een frequente pathologie met een interessant deelaspect. Of om bepaalde diagnoses, beleid, evoluties, ... die je bijgebleven zijn, bijvoorbeeld omdat deze verschilden met wat je spontaan verwachtte (in vergelijking met de cursussen uit de vorige jaren).

Kies in elke periode ten minste één casus die inhoudelijk aansluit bij één van de thema's uit de terugkomdagen. Deze thema's worden bekendgemaakt via TOLEDO. Kies hiervoor liefst een casus met een "resterende vraag" die interessant is om op de terugkomdag te bespreken. Post deze casus voor de vooropgestelde deadline op TOLEDO zodat de verantwoordelijke voor dit thema op de terugkomdag dit nog kan nalezen. (deze datum wordt aangekondigd op Toledo). Een aantal docenten stelt specifieke voorwaarden als je een casus binnen hun thema indient. Lees hiervoor de richtlijnen na op TOLEDO!
Het is mogelijk dat je gevraagd wordt om de casus kort te presenteren tijdens de terugkomdag. Lees in de week voor de terugkomdag ook regelmatig je webmail na, want je wordt ervan verwittigd als je een casus dient te presenteren op de terugkomdag, zodat je je kunt voorbereiden. Een voorbeeld van werkwijze vind je op de webstek (stimuleren van het klinisch redeneren aan de hand van een casus uit de stagemap; Video van 4'20", bestand is 46MB groot).

De stationsproef bevat minstens één station waarin minstens één klinische casus uit de stagemap besproken wordt.

Ook stageleiders kunnen tijdens een begeleidingsgesprek de casussen bespreken.

Het is de bedoeling dat je minstens één keer op het jaar een casus interactief presenteert tijdens een cremec-bijeenkomst, zodat je de vaardigheid om kort en vlot een casus te presenteren oefent.

Het is niet de bedoeling dat deze casus uitgroeit tot een extra stagewerk! We verwachten dat het uitwerken van de casus + neerschrijven tussen de 1 en 2 uur "tijd" in beslag neemt. Zie dit als een gelegenheid om een interessante casus uit te diepen. Een casus neemt ongeveer 2 tot 3 bladzijden in beslag (synthetiseren is de boodschap!)

Een casusverslag bevat 3 onderdelen:

  1. De aanleiding om deze casus te kiezen
  2. De beschrijving van de casus
  3. Het leerproces

Naast de beschrijving van de casus dient ook voldoende reflectie aanwezig te zijn, door het beantwoorden van de volgende vragen: waarom koos je deze casus? Wat leerde je er uit? Met welke vragen blijf je zitten? Zijn er ethische implicaties?
Werk alleen die rubrieken uit die volgens jou voor deze casus relevant zijn.

 

3.2 Richtlijnen voor het posten van klinische casussen op Toledo *
  • Schrijf je naam, de periode, het thema en de datum op het document dat de casus bevat. Vermeld als je deze periode in het buitenland stage loopt, en dus niet aanwezig kunt zijn op de terugkomdag.
  • Geef als titel je naam en het thema van de casus. (bijvoorbeeld: JanJanssens_Abdominalepijn.doc) Deze titel van het document mag geen spaties bevatten! (anders hebben wij problemen met het openen van de casus)
  • Een geposte casus beslaat maximaal 3 bladzijden.
  • Een geposte casus bevat geen foto's, labo-uitslagen enz.. Dit maakt het bestand veel te zwaar om het verder te verwerken. Extra foto's, labo waarden, enz. worden toegevoegd in de stagemap. Het is ook zinvol deze foto's, labowaarden, enz. mee te brengen naar de terugkomdag als je casus uitgekozen wordt om te bespreken.
  • Respecteer de eindindiendatum voor het posten van een casus!

Gebruik het hierna voorgestelde format als leidraad. Het is een word-document, pas de antwoordruimte aan naargelang de gegevens die je wil toevoegen. Download dit format voor elke nieuwe casus van de webstek. Vul telkens je naam in en het nummer van de casus in.

Invulformulier casus (winword)

 

3.3 Klinische opdrachten voor de stage huisartsgeneeskunde *

Omdat de stagesituatie in een huisartsenpraktijk een andere context is dan op een dienst in het ziekenhuis worden hier aangepaste klinische opdrachten aangeboden.
De opdrachten worden gekaderd binnen vijf praktijkthema's:

  1. Consultatievoeren en communicatie
  2. Medisch/klinisch handelen
  3. Praktijk en dossiermanagement
  4. Praktische vaardigheden
  5. Populatiegerichtheid
     
  1. Consultatievoeren en communicatie (verplicht)
    Doelstelling: leren omgaan met het patiëntgericht consultatiemodel in de huisartsgeneeskunde. Communicatievaardigheden, prioriteiten stellen en acties initiëren vanuit een partnership met de patiënt worden geoefend.
     
    Er wordt van je verwacht dat je gedurende de eerste twee weken stageregistraties doet rond gedefinieerde klinische problemen:

     

    • dyspnee
    • pijn op de borst
    • koorts bij het kind > 38,5°C
    • koorts bij het kind > 39,5°C
    • rechter fossa pijn

     
  2. Medisch/klinisch handelen:
    Doelstelling: Je krijgt zicht op een klachtgerichte differentieeldiagnostiek en het gebruik van medisch besliskundige elementen. Je leert gebruik te maken van de specifieke huisartsgeneeskundige elementen als stapsgewijze onderzoeksplanning, doelmatig gebruik van tijd en omgaan met onzekerheden.
     
  3. Praktijk en dossiermanagement:
    Doelstelling: EMD, GMD en dossierbeheer krijgen een concrete vorm.
    Je krijgt zicht op werken met zorgpaden en samenwerking met andere zorgverleners.
    Je leert hoe we tegelijk multipele klachten en pathologieën behandelen: zowel acute als chronische bij eenzelfde persoon, over een langere periode van zijn leven.
     
  4. Praktische vaardigheden:
    Doelstelling: je oefent verder de vaardigheden van het klinisch onderzoek en enkele technische vaardigheden.
    Toetslijst zoals voor de andere disciplines
     
  5. Populatiegerichtheid:
    Doelstelling: Zicht krijgen op de verantwoordelijkheid die een huisarts opneemt ten opzichte van zijn praktijkpopulatie als geheel. Kennismaken met de structuren waaraan huisartsen meewerken en die de zorg dragen voor een bredere gemeenschap binnen een bepaalde regio (vb. Huisartsenkring, SIT, LOGO, CGG)

 

Observatie-opdracht

Als voorbereiding op de HPN terugkomdag, willen we een observatieopdracht meegeven.

Registreer in de huisartspraktijk minstens één en maximum drie gevallen van:

  1. rechter fossa pijn
  2. dyspnee
  3. koorts bij het kind > 38,5°C
  4. koorts bij het kind > 39,5°C
  5. pijn op de borst

Noteer voor iedere casus de leeftijd, het geslacht, de eerste werkhypothese of differentieel diagnostische lijst en de finale diagnose, voor zover u bekend.

Deze registraties dienen op toledo gepost te worden als voorbereiding op de terugkomdag van het HPN-blok.

Download hierna het format (winword) voor de observatie-opdracht. Alle gemaakte opdrachten worden besproken met de stageleider. Hou deze opdrachten achteraf in de stagemap bij.

NIEUWS
AGENDA