U bent hier: Masterstage Stagegids 2010-2011 - derde studiefase master geneeskunde

Stagegids 2010-2011 - derde studiefase master geneeskunde

0.

STAGEGIDS

0.1 Doel van het stagejaar
 

Het uiteindelijk doel van de zevenjarige opleiding tot arts is de "basisarts". Het stagejaar is een scharnierjaar omdat je gedurende lange tijd ondergedompeld wordt in de beroepspraktijk. Je krijgt eindelijk de kans de theoretisch verworven kennis te toetsen aan de praktijk.

De vier competenties van de basisarts vormen het richtsnoer om het leren tijdens het stagejaar te structureren. Het stagejaar heeft als doel:

  1. je medische basiscompetentie verder te ontwikkelen. Deze competentie wordt geconcretiseerd in de eindtermen;
  2. je wetenschappelijk verder te vormen. Deze competentie wordt geconcretiseerd in het stagewerk;
  3. je te laten functioneren in een dienst, multiprofessioneel samen te werken;
  4. je te laten reflecteren over jezelf en je eigen professioneel functioneren, vertrekkende vanuit kritische incidenten tijdens de stage.

Deze vier competenties worden in de volgende figuur visueel weergegeven. Meer uitleg bij elk van deze competenties vind je in de visietekst "Basisarts". De visietekst "stage derde studiefase master" bevat een situering van het stagejaar in het bereiken van deze competenties.

basisarts.gif

0.2 Opbouw van het stagejaar
 

Het stagejaar wordt onderverdeeld in 4 stageperiodes van telkens 13 weken. Elke student volgt een periode stage in de discipline inwendige geneeskunde, in de discipline heelkunde, een periode opgedeeld in de disciplines verloskunde/gynaecologie en kindergeneeskunde en een periode, opgedeeld in huisartsgeneeskunde, psychiatrie en neurologie (HPN-blok). De volgorde waarin men de diverse disciplines doorloopt, is voor elke student verschillend.

Voor de eindtermen voor de disciplines dermatologie, NKO en oftalmologie overleg je met je stagecoördinatoren wanneer het geschikt is deze te behalen. (bijvoorbeeld tijdens een rustige periode op de dienst).

Tijdens alle stageperiodes worden de studenten éénmaal voor een "terugkomdag" op de Faculteit verwacht. Deze terugkomdag is verplicht (uitgezonderd als je voor die discipline een stage in het buitenland volgt).

Tijdens elke stageperiode (behalve HPN blok) heeft de student recht op 5 dagen vakantie, te bepalen na overleg met de stagecoördinator. De "grote" vakantie (2,5 weken) dient de stagiair te nemen tijdens de stage huisartsgeneeskunde (te bepalen in overleg met de coördinerend stageleider).

13 weken 13 weken 13 weken 13 weken (HPN-blok)
12 weken Inwendige ziekten 12 weken Heelkunde 6 weken Gynaecologie/verloskunde
6 weken Kindergeneeskunde
4 weken Huisartgeneeskunde
2,5 weken vakantie
3 weken Psychiatrie
3 weken Neurologie
1 Terugkomdag
5 dagen vakantie
1 Terugkomdag
5 dagen vakantie
1 Terugkomdag
5 dagen vakantie
(max. 3 dagen per discipline)
1 Terugkomdag
 
0.3 Inhoud van de stagemap
 

In de stagemap illustreer je hoe je tijdens het stagejaar rond de vier competenties van de basisarts hebt gewerkt; wat je rond elke competentie hebt geleerd.

Doel: basisarts Activiteiten tijdens het stagejaar die hun neerslag vinden in de stagemap
Medische competentie Eindtermen

Klinische casussen ...

Klinische casussen::

3 Inwendige
3 Heelkunde
1 KG
1 GV
1 Neurologie
1 Psychiatrie

5 Observatieopdrachten
Huisartsgeneeskunde

Wetenschappelijke competentie Stagewerk °
Kransjes
...
Functioneren in de gezondheidszorg Thematische opdrachten
...
Reflectie over zichzelf en eigen professioneel functioneren Verslagen begeleidingsgesprekken
Terugblikken
Thematische opdrachten
...

° Het stagewerk wordt niet opgenomen in de stagemap.

Uiteraard zal je tijdens het stagejaar de meeste tijd besteden aan het verwerven van de medische competentie. Deze competentie wordt verder omschreven in algemene en disciplinespecifieke eindtermen. Van de algemene eindtermen verwachten we dat je ze tijdens de stage in verschillende disciplines kunt oefenen zodat je ze op het einde van het stagejaar in variabele situaties en verschillende contexten kunt toepassen. Deze eindtermen moeten bereikt worden tot op niveau 4, tenzij anders vermeld. Dit wil zeggen dat je er zodanig mee vertrouwd bent dat je ze vlot kunt toepassen.

Van de disciplinespecifieke eindtermen verwachten we dat je ze na de stage in de desbetreffende discipline bereikt hebt. Het niveau wordt voor elke eindterm gespecificeerd. Er worden disciplinespecifieke eindtermen geformuleerd voor de disciplines Inwendige geneeskunde, Heelkunde, Kindergeneeskunde, Gynaecologie/verloskunde, huisartsgeneekunde, psychiatrie, neurologie,neus-keel-oor, dermatologie en oftalmologie.

De wetenschappelijke competentie komt aan bod in het stagewerk (dit dien je niet op te nemen in de stagemap) en de kransjes die je volgt of zelf inleidt. De stagemap bevat een korte neerslag van de gevolgde of zelf gegeven kransjes.

Voor de competenties rond het functioneren in de gezondheidszorg en de reflectie over zichzelf en het eigen professioneel functioneren zijn thematische opdrachten opgenomen. Deze opdrachten worden verder uitgewerkt tijdens de terugkomdagen. Bereid tegen de desbetreffende terugkomdag de opdracht voor!

Daarnaast wordt gevraagd om tijdens je stage in ziekenhuisdiensten elke maand een klinische casus uit te werken. Voor de stage Huisartsgeneeskunde zijn dit Observatieopdrachten Huisartsgeneeskunde. Zowel in de klinische casussen als in de Observatieopdrachten Huisartsgeneeskunde komen verschillende competenties (medische en wetenschappelijke competentie alsook ethische reflectie) geïntegreerd aan bod. We verwachten dat dit een alledaagse casus is die je boeide omdat ze bijvoorbeeld een interessant aspect bevat. Het gaat om een frequente pathologie waarrond je 's avonds toch nog iets zou opzoeken. Deze casus vormt de neerslag van het klinisch denken zoals je dagelijks op spoed, tijdens de raadpleging moet doen. De casus mag geen extra werk vragen! Ze is een neerslag van de kwaliteit van je klinisch redeneren op dat moment. Op de webstek zijn enkele voorbeelden van casussen opgenomen.

{C}

Breng de stagemap mee naar de begeleidingsgesprekken en de terugkomdagen.

De klinische casussen worden geëvalueerd tijdens de stationsproef!

Zorg dat je map op elk moment behoorlijk ingevuld is.

0.4 Functies van de stagemap
 

Zoals uit bovenstaande beschrijving blijkt, is de stagemap een instrument om het leren tijdens de stage te structureren, documenteren, hierover te reflecteren en het te communiceren met stageleiders én Faculteit.

We lichten deze functies even toe:

  • Structureren van het leren (kompas-functie)
    De stage is, zeker in het begin, een overweldigende ervaring. De eindtermen en opdrachten helpen om prioriteiten te bepalen. Ze geven aan welke leeractiviteiten door de Faculteit verwacht worden.
    Daarnaast biedt de stage een unieke kans om het leren zelf in handen te nemen en te sturen vanuit de individuele leernoden en -wensen. Vandaar dat gevraagd wordt om regelmatig te reflecteren over het reeds geleerde en nieuwe leerdoelen te expliciteren. Breng je eigen leerwensen in tijdens de begeleidingsgesprekken!
     
  • Documenteren of zichtbaar maken van leerervaringen
    Kwantiteit is GEEN uiting van kwaliteit! De stagemap heeft NIET als doel om zo veel mogelijk te verzamelen. Selecteer de meest relevante leerervaringen. Je kan voor jezelf wel nog een extra verzamelmap aanleggen. Deze hoeft niet afgegeven te worden. Toon in de stagemap dat je kan synthetiseren, selecteren en inzichten treffend verwoorden.
     
  • Reflecteren over het geleerde
    Tijdens je stage zal je in de eerste plaats veel willen doen. Toch vinden we het belangrijk om regelmatig de tijd te nemen om eens stil te staan bij wat je doet. De thematische opdrachten en een algemene terugblik op een stageperiode vormen hiertoe een hulpmiddel. Door rond bepaalde thema's ervaringen neer te schrijven, word je gedwongen er dieper over na te denken. Deze thema's komen ook aan bod tijdens de terugkomdagen. Het uitwisselen met elkaar is verrijkend en stimuleert de reflectie.
     
  • Communicatie met stageleider en Faculteit
    In de stagemap beschrijf je je stage-ervaringen. Het is een instrument om uitwisselingen rond de stage te documenteren en stofferen, zodat je er naar terug kan grijpen.
    Op de dienst heb je regelmatig begeleidingsgesprekken met je stageleider en/of -coördinator. Inventariseer als voorbereiding op zo'n gesprek je vragen, leerwensen. Pas wanneer een stageleider weet welke leerwensen je nog hebt, kan hij/zij er ook rekening mee houden!
    Op de terugkomdagen worden de thematische opdrachten en casussen tijdens de stage verwerkt.
    Tijdens de stationsproef toont de examinator interesse voor je stagemap en de casussen die je verzamelde. Leden van de stagewerkgroep lezen op het einde van het stagejaar de map door.
     
 
0.5 Verdeling van de studiepunten tijdens het stagejaar
 
Opleidingsonderdelen studiepunten
Geïntegreerd klinisch onderzoek en redeneren (Stationsproef) 12
Terugkomdagen stages 6
Stagewerk 6
   
Stages 36
  Stage Heelkunde 10
  Stage Inwendige geneeskunde 10
  Stage Kindergeneeskunde 5
  Stage Gynaecologie / verloskunde 5
  Stage Huisartsgeneeskunde 3
  Stage Psychiatrie 2
  Stage Neurologie 1
Totaal academiejaar 60
 
0.6 Onderdelen evaluatie van het stagejaar
 

De evaluatie van het stagejaar gebeurt aan de hand van de quotering op de stages door de stagecoördinatoren, de stationsproef op het einde van het stagejaar en het stagewerk. De stagemap wordt beschouwd als bewijs dat de stage effectief plaatsgevonden heeft. Ze vormt een belangrijk instrument voor het documenteren van het leerproces doorheen het stagejaar en krijgt als dusdanig een plaats bij de evaluatie van de terugkomdagen en tijdens de stationsproef.

Beoordeling op de stageplaats (na elke periode)

Na het eindgesprek vult de stagecoördinator het beoordelingsformulier in op basis van informatie ingewonnen bij eenieder die een goed zicht heeft op je competenties en de evolutie daarin (de stageleiders, collega's in de groepspraktijk, assistenten, verpleegkundigen en paramedische staf...). De beoordelingscriteria worden gestructureerd rond de 4 basiscompetenties. Het formulier is beschikbaar op de webstek.

De terugkomdagen

De terugkomdagen hebben als doel om de uitwisseling over stage-ervaringen tussen studenten te stimuleren, deze ervaringen te toetsen aan de mening van experts en praktijkgerichte informatie op te doen zodat je nog beter voorbereid bent op de klinische praktijk. Tijdens de terugkomdagen worden klinische casussen en brede reflectieopdrachten uit de stagemap besproken.

De terugkomdagen vormen een apart opleidingsonderdeel dat pass/fail geëvalueerd wordt op basis van:

  1. aanwezigheid
  2. administratieve volledigheid van de stagemap
     

Een student behaalt een pass als hij/zij:

  1. de 4 verschillende terugkomdagen bijgewoond heeft.
    Er kan maximaal één gelegitimeerde afwezigheid getolereerd worden (in geval van stage in het buitenland of ziekte met doktersattest); indien een student op een tweede terugkomdag afwezig is, dient hij/zij aan te sluiten bij de terugkomdag van een andere groep.
  2. de stagemap tijdig (zie Toledo) en volledig heeft ingediend. Volledig betekent dat minimaal de volgende onderdelen ingevuld werden:
    • Logboek
    • Eindtermen
    • 10 Klinische casussen + minimaal 5 Observatieopdrachten Huisartsgeneeskunde
    • 5 Thematische opdrachten
    • 2 Terugblikken

Een map wordt als "fail" beoordeeld als één van deze onderdelen niet of onvoldoende aanwezig is. In geval van discussie ligt de uiteindelijke beslissing altijd bij de facultair stagecoördinator.

De stationsproef:

De stationsproef, ook wel Objective Structured Clinical Examination (OSCE) genoemd, is een examenvorm waarin de examinandus een circuit stations doorloopt. In elk station, van bijvoorbeeld 7 minuten, voert de examinandus een opdracht uit die één of meerdere deelcompetenties van de basisarts toetst. Elk station wordt opgebouwd rond een inhoudelijk thema (bewegingstelsel, bloedsomloop, ademhaling...) en een klinische deelcompetentie (anamnese, klinisch onderzoek, differentiële diagnose, interpretatie, communicatie enz.).

Een stationsproef bestaat uit een combinatie van papieren stations - dit zijn stations waar de student een schriftelijke opdracht dient uit te voeren - en stations met gestandaardiseerde (simulatie-) patiënten. In deze laatste soort stations is ook telkens een beoordelaar aanwezig die het klinisch handelen van de student observeert en scoort. De stationsproef wordt "objectief" genoemd omdat deze beoordeling aan de hand van gestandaardiseerde scoreformulieren gebeurt en 'gestructureerd' omdat een stationsproef opgebouwd is uit een representatieve steekproef van competenties van de basisarts.

De stationsproef bevat telkens ook een station over de stagemap. In dit station worden één of meerdere klinische casussen uit de stagemap besproken. Hierbij wordt vooral gelet op de schriftelijke rapportering; het klinisch redeneren en de wetenschappelijke reflectie. Daarnaast wordt in dit station een globale beoordeling van de stagemap (onvoldoende/voldoende/goed/uitstekend) mee verrekend. Deze globale beoordeling komt tot stand op basis van:

  • nauwkeurigheid en systematiek van invullen en maken van opdrachten
  • persoonlijke reflectie en in handen nemen van leerproces
  • relevante selectie + verantwoording van toegevoegde materialen
  • lay-out en presentatie: chronologisch, gestructureerd

Het stagewerk

Het stagewerk wordt nagelezen door een facultaire leescommissie die ook het punt toekent. De beoordelingscriteria (pdf) zijn op de webstek stage beschikbaar. {C}

De beoordeling van het stagewerk zal gemotiveerd worden op het beoordelingsformulier. Na afloop van het stagejaar zal je een kopie van het beoordelingsformulier ontvangen opdat je een duidelijk beeld zou hebben van zowel de positieve als negatieve aspecten van jouw stagewerk. Zoals bij andere vakken ben je dan, na de deliberatie, in de mogelijkheid contact op te nemen met de beoordelaar voor bespreking van het stagewerk.

Als onderdeel van de evaluatie van de terugkomdagen wordt de stagemap in functie van een pass/fail nagelezen door leden van de stagewerkgroep.

{C}

  • nauwkeurigheid en systematiek van invullen en maken van opdrachten. {C}
  • persoonlijke reflectie en in handen nemen van leerproces
  • relevante selectie + verantwoording van toegevoegde materialen
  • lay-out en presentatie: chronologisch, gestructureerd

De stationsproef bevat telkens ook minstens één station waarbij ingegaan wordt op één of meerdere klinische casussen uit de stagemap. In die zin telt de stagemap ook mee in de stationsproef.

0.7 Procedure evaluatie stagejaar
 

Na elke examenperiode komt de examencommissie samen voor het "vaststellen van de punten". Voorafgaand aan de samenkomst van de examencommissie wordt een afzonderlijke stage-predeliberatie georganiseerd, in aanwezigheid van

Gezien het belang van de stage en het aandeel van de stages in de einddeliberatie van het derde masterjaar, wordt een afzonderlijke stage-predeliberatie georganiseerd, in aanwezigheid van:

  • de facultair stagecoördinator
  • de voorzitter van elke cremec
  • de diensthoofden van de stagedisciplines
  • de verantwoordelijken heelkunde, inwendige geneeskunde, kindergeneeskunde, verloskunde/gynaecologie, huisartsgeneeskunde, psychiatrie en neurologie van de stagewerkgroep

Zij zullen het geheel van de stages per student beoordelen en aan de examencommissie van derde master adviezen formuleren.

De punten gegeven door de perifere stagecoördinatoren worden beschouwd als een richtinggevend advies aan de Faculteit. De punten worden gefinaliseerd door de leden van dit overleg, waarin voor elk opleidingsonderdeel een verantwoordelijke zetelt. Bij een quotering 'onvoldoende' wordt aan de leden van dit overleg commentaar van de stageleider overgemaakt.

De opgestelde richtlijnen volgen het algemeen examenreglement en het examenreglement van de Faculteit. Vanaf 2010-2011 is geen enkele OPO in de masteropleiding Geneeskunde nog tolereerbaar. Dat wil zeggen dat een student moet slagen op elk van de opleidingsonderdelen. Behaalde scores van minimum 10/20 zijn voldoende en definitief.
Voor meer informatie over tolereerbaarheid: http://www.kuleuven.ac.be/onderwijs/aanbod2010/info/algemeen/n/060403.htm.

De Terugkomdagen Stages worden beoordeeld met een pass/fail.
Het Stagewerk wordt beoordeeld met een cijfer.

De stages zijn ook een beginterm voor de vierde studiefase master, onder strenge volgtijdelijkheid. Dat betekent dat, om aan vierde studiefase master te beginnen, de student de stages gedaan moet hebben én geslaagd moet zijn. Meer informatie: http://www.kuleuven.be/onderwijs/toekomstigestudenten/diplomaruimte/

De facultair stagecoördinator kan, in overleg met de leden, hierop uitzonderingen toestaan ingeval van overmacht.

0.8 Richtlijnen voor het invullen van de stagemap
 

De stagemap is een dynamisch gegeven en wordt bewaard in de door de Faculteit ter beschikking gestelde ringmap. Voeg er per periode flexibel documenten aan toe doe je wil meenemen naar de begeleidingsgesprekken of de stationsproef. Bewaar die documenten achteraf in een aparte map. Dien ze dus NIET mee in.

  • Bouw de map op volgens onderdeel (bijv. eerst logboeken dan eindtermen enz.) en niet volgens discipline
  • Een zeer uitvoerige map wordt eerder beschouwd als een gebrek aan reflectie: Selecteer daarom en verantwoord telkens waarom je iets in je map opneemt.
  • Geef toegevoegde documenten een titel en omschrijf in enkele zinnen waarom je bepaalde materialen toevoegt.
  • De map bevat geen uitvoerige documentatie zoals gedownloade artikels, ontvangen brochures, samenvattingen uit vroegere cursussen, enz. Voeg van opgezochte artikels enkel de referentie en een korte samenvatting van de leerinzichten.
  • De thematische opdrachten en terugblikken worden voor de vooropgestelde einddatum (wordt bekend gemaakt via TOLEDO) gepost op TOLEDO. De beschikbaarheid van deze opdrachten op TOLEDO is essentieel om de opdracht als "volbracht" te beschouwen.
  • Nadat je op de thematische opdrachten en terugblikken een "feedback" ontvangen hebt, print je deze opdrachten en terugblikken met de feedbackcommentaren uit en voeg je ze toe in de stagemap.
  • De Faculteit verwacht dat je de klinische casussen en thematische opdrachten tijdens de stage maakt, ofwel tijdens de namiddag voor wetenschappelijk werk, ofwel tijdens een rustig moment op de dienst/praktijk.
Wat hoort NIET in de stagemap Wat hoort WEL in de stagemap
  • lijsten van zaaltoeren
  • brochures van farmaceutische bedrijven
  • informatieve brochures (allergie, contraceptie, ...)
  • persoonlijke herinneringen
  • gedownloade artikels
  • samenvattingen van vroegere cursussen
  • onthaalbrochure dienst
  • beschrijving van 10 klinische casussen + minimaal 5 observatie-opdrachten HA
  • voorbereiding voor een kransje dat je zelf moest geven (pp-presentatie, lay out van 6 slides per bladzijde)
  • kort verslag van kransjes die je gevolgd hebt. (1 blz)
  • leidraad voor anamnesegesprek..
  • thematische opdrachten van de Faculteit
  • resultaten van persoonlijk opzoekwerk.
  • ....
= voor jezelf interessante complementaire informatie, documentatie... hou deze zaken in een aparte map (archief) bij die je niet afgeeft!
= voorbeelden van klinisch redeneren, wetenschappelijke competentie, inzicht in je plaats als arts in de gezondheidszorg, professionele en persoonlijke reflectie (dus de vier competenties van de basisarts!)
0.9 Richtlijnen voor het indienen van de stagemap
 

Zorg ervoor dat alle thematische opdrachten ten laatste op 30 mei gepost zijn op Toledo.

Wie in de laatste periode de disciplines Inwendige of Heelkunde volgt, brengt ten laatste op maandag 13 juni de stagemap binnen op de stage administratie.
Wie in de laatste periode de disciplines Pediatrie/Gyn-Verloskunde of HPN-blok volgt, brengt de stagemap ten laatste op maandag 20 juni binnen.

De laatste stageperiode is op dat moment nog niet afgelopen. Kopieer daarom de documenten (voornamelijk eindtermen) die je nog nodig kunt hebben voor het eindgesprek. Hou de originelen bij en voeg de kopies in de map. Stuur of mail geen onderdelen van je map naar de stage-administratie, ook niet na de inleverdatum. Het is onbegonnen werk de stagemappen met deze documenten aan te vullen!

Na de deliberatie mag je je map ophalen bij de stage administratie. We laten je via Toledo weten op welke momenten je de map kunt ophalen. De map blijft jouw eigendom. Het is de bedoeling dat je ze zelf bewaart.

Wie al zeker is van een tweede zittijd en dus in de vakantie nog stage loopt, post alle thematische opdrachten en terugblikken op Toledo voor maandag 15 augustus en brengt dan ook de stagemap binnen.

De stagemap is geen keurslijf maar een hulpmiddel:
Spring er flexibel mee om!

Kwaliteit gaat boven kwantiteit:
Selecteer de meest relevante zaken.
Geef aan WAAROM je bepaalde zaken toevoegt.

Al maak je de stagemap in de eerste plaats voor jezelf:
hou toch de lezer voor ogen

Structureer!

 

NIEUWS
AGENDA