Eindtermen medische competentie - Stagemap
|
|||||
|
Opdat je zou weten welke leerervaringen van je verwacht worden tijdens de stage, heeft de Faculteit eindtermen geformuleerd. Deze eindtermen zijn de minimale competenties die je op het einde van het stagejaar verworven moet hebben. Dit kan op verschillende niveaus (zie verder).
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de algemene en disciplinespecifieke eindtermen. De algemene eindtermen zijn die eindtermen die je gedurende het hele jaar op verschillende momenten en in verschillende disciplines moet geoefend hebben. Op die manier leer je deze eindtermen in variabele situaties en verschillende contexten toepassen. De disciplinespecifieke eindtermen zijn de eindtermen die vooral aan bod komen binnen één discipline. Er zijn disciplinespecifieke eindtermen geformuleerd voor de disciplines inwendige geneeskunde, heelkunde, kindergeneeskunde, gynaecologie/verloskunde, huisartsgeneeskunde, psychiatrie en neurologie. Tot slot zijn er nog de eindtermen van de subdisciplines Neus-Keel-Oor, dermatologie en oftalmologie. Het is de bedoeling dat je gedurende het stagejaar, bv. tijdens een meer rustige periode of als je in een ziekenhuis staat waar deze discipline goed uitgebouwd is, probeert te behalen. Het is ook mogelijk dat je een deel van deze eindtermen tijdens de stage huisartsgeneeskunde of stage op spoed kunt behalen. |
|||||
|
|||||
|
De niveaus waarop de eindtermen bereikt dienen te worden, worden als volgt omschreven: Niveau 1 betekent het hebben van theoretische kennis: je beschikt ten aanzien van de anamnese, het klinisch onderzoek, de vaardigheden, procedures, symptomen en ziektebeelden over de theoretische kennis. Je kan doeltreffend verwoorden wat deze anamnese, dit klinisch onderzoek, deze vaardigheid, procedure, symptoom of ziektebeeld kan inhouden. niveau 2 veronderstelt niveau 1 en daarnaast het geobserveerd hebben van de uitvoering van deze anamnese, dit klinisch onderzoek, deze vaardigheid of procedure. Je hebt de diagnose en aanpak van deze symptomen en ziektebeelden in real life situatie gezien. niveau 3 veronderstelt niveau 1 en 2 en daarnaast het een paar keer onder supervisie uitgevoerd hebben van deze anamnese, dit klinisch onderzoek, deze vaardigheid of procedure. Je hebt tenminste een paar keer de symptomen en ziektebeelden onder supervisie zelf kunnen diagnosticeren en aanpakken. niveau 4 veronderstelt niveau 1, 2 en 3 en daarnaast reeds een aanzienlijk aantal keren de anamnese, het klinisch onderzoek, de vaardigheid of procedure zelf hebben kunnen verrichten zodat je hiermee voldoende vertrouwd bent om deze zelfstandig, vlot en doeltreffend te kunnen uitvoeren. Je hebt een voldoende vertrouwdheid met de symptomen/ziektebeelden ontwikkeld zodat je ze met vrij grote zekerheid zelfstandig kan herkennen, diagnosticeren en een aanpak voorstellen.
De eindtermen (algemene/discipline specifieke) dienen op het einde van het stagejaar bereikt te worden tot op niveau 4, tenzij anders vermeld. |
|||||
|
|||||
Eindtermen die eenmaal "groen" gekleurd zijn, hoef je de volgende periode niet meer aan te kruisen. (Na groen blijven de bolletjes dus opnieuw wit). Naar het einde van het stagejaar toe is het de bedoeling dat alle eindtermen ééén keer de waardering groen gekregen hebben. De eindtermen geven je een idee van wat vanuit de faculteit verwacht wordt dat je gaat leren tijdens de stage. Ze zijn tevens een praktisch instrument om je evolutie in dit leren te documenteren. Bespreek ze tijdens de begeleidingsgesprekken met je stageleiders en stagecoördinatoren! Als bewijs voor het opvolgen van de eindtermen door de stagecoördinator wordt verwacht dat deze na afloop van een periode de algemene eindtermen en de eindtermen voor de hoofddisciplines aftekent, en eventueel van commentaar voorziet. |
|||||
