U bent hier: Masterstage 4. Verslag begeleidingsmomenten

4. Verslag begeleidingsmomenten

4.1 KORTE KLINISCHE OBSERVATIE
    Formulier korte klinische observatie (pdf)

De korte klinische observatie is een instrument voor gerichte observatie van je medisch-klinische handelen en het omgaan met patiënten.

Je wordt gedurende 10 tot 20 minuten geobserveerd in diverse klinische settings (zaal, spoed, consultatie...). Deze observatie wordt gevolgd door een feedbackmoment dat ook zo'n 10 minuten tijd vergt. Als er minder tijd beschikbaar is, kan de observator zich concentreren op één deelaspect. Hij/zij hoeft niet elke keer de hele lijst te doorlopen.

De klemtoon ligt op observatie van anamnese en klinisch onderzoek. Het is echter zinvol om in het gesprek dat volgt op deze observatie ook de schriftelijke verslaggeving (probleemlijst, differentiële diagnose, efficiënt dossierbeheer) te betrekken.
Dit gesprek is bedoeld als begeleiding en niet als beoordeling: de klemtoon ligt op het waarom een anamnese, klinisch onderzoek, enz... "goed" of "onvoldoede" scoort en wat je als stagiair kan veranderen om er een "uitstekend" van te maken. Uit het gesprek volgen concrete aandachtspunten voor de toekomst.

Het is de bedoeling dat de stagiair zelf initiatief neemt voor een KKO. Het is aan te raden om in elke discipline minstens één KKO te laten invullen omdat deze KKO's een goede voorbereiding vormen op de stationsproef: de KKO is een oefening om onder onmiddellijke doelgerichte observatie klinisch te handelen. Ervaring met deze vorm van observatie zal er toe bijdragen minder stress te hebben tijdens de stationsproef.

Je houdt elke KKO bij in je stagemap. Deze KKO's kunnen tijdens de tussentijdse begeleidingsgesprekken en het eindgesprek besproken worden.

 

4.2 KORTE KLINISCHE EVALUATIE KINDERGNEESKUNDE verplicht***
    Formulier korte klinische evaluatie kindergeneeskunde (pdf)
Formulier korte klinische evaluatie kindergeneeskunde (zuigeling, pdf)
Formulier korte klinische evaluatie kindergeneeskunde (jonge kind, pdf)
Omwille van deontologische redenen kan de anamnese en het klinisch onderzoek van het kind en de boorling niet geïntegreerd worden in de stationsproef. Vandaar dat aan de stageleider kindergeneeskunde gevraagd wordt om drie verschillende KKE's kindergeneeskunde te observeren.

 

Het is de bedoeling dat je deze KKE's herneemt tot je op geen enkel item nog een fail behaalt. Deze KKE's voeg je toe in de stagemap en zijn voor ons een bewijs dat je de anamnese en het klinisch onderzoek van het kind/boorling onder de knie hebt.

Voor wie de stage kindergeneeskunde in het buitenland volgt, zijn de KKE's vertaald in het Engels (zie webstek stage). Het is echter ook mogelijk deze KKE's tijdens de stage huisartsgeneeskunde te laten invullen.

 

4.3 TUSSENTIJDS GESPREK halfweg de stage in een discipline
(hoeft niet in HPN-blok)
    Formulier (pdf)

 

Na elke rotatie of halfweg een stage is het goed om eens stil te staan bij wat je gedurende deze stage allemaal hebt gedaan en geleerd. Een -kort- tussentijds gesprek met een stageleider waar je frequent bij stond, is zinvol.

Als voorbereiding op dit gesprek kan je drie thema's kiezen die je wil bespreken. Minstens één thema dient een aspect te zijn waar je zelf goed in bent. Je kan hiervoor inspiratie putten uit de thema's vermeld op de volgende bladzijde. Tijdens dit gesprek neemt de stageleider met jou ook de stagemap door (de algemene en specifieke eindtermen, de casussen...).

Tenzij de stageleider een korte notitie neerschrijft over dit gesprek, maak je zelf een kort verslag. Formuleer in elk geval een aantal aandachtspunten voor de volgende periode en geef aan hoe je die zal proberen te bereiken. Laat het verslag handtekenen door de stageleider die er eventueel nog een korte waardering aan kan toevoegen.

 

4.4 EINDGESPREK op het einde van elke stage in een discipline
    Op het einde van elke stageperiode vraag je een gelijkaardig gesprek aan met de stagecoördinator. Tijdens dit eindgesprek ligt de klemtoon meer op de evaluatie van je leren tijdens de afgelopen stageperiode. De stagecoördinator is verantwoordelijk voor het toekennen van de eindbeoordeling voor die stageperiode. Hij/zij ontvangt hiervoor een beoordelingsformulier van de administratie stage.

 

 

4.5 MOGELIJKE GESPREKSTHEMA'S
   

Denk na over de volgende vragen als voorbereiding op het begeleidingsgesprek:

Algemeen *

  • Wat zie je als je eigen sterke en zwakke punten?
  • Wat doe je graag/niet graag?
  • Zijn er zaken die je aan de stageleider/coördinator wil vragen, meedelen?
  • Welke feedback wil je aan de stageleider/coördinator meegeven over deze dienst als opleidingsplaats. Denk na over zowel positieve aspecten als over aspecten waarin de dienst nog kan verbeteren.
  • ...
{C}

Medisch/klinische competentie

  • heb je voldoende kans gehad de algemene en specifieke eindtermen te bereiken?
  • had je de kans stage in de subdisciplines te volgen?
  • wat zijn je sterke/aandachtspunten met betrekking tot het klinisch redeneren en klinisch handelen?
  • kan je problemen voldoende plaatsen in hun context of focus je je nog teveel op geïsoleerde problemen?
  • heb je aandacht voor integrale patiëntbenadering?
  • hoe vaardig ben je in mondelinge en schriftelijke rapportering?
  • kan je gemakkelijk overschakelen tussen de taal van de patiënt en het medisch jargon?
  • ...

Communicatie en omgang patiënten

  • hoe empathisch ben je? Kan je voldoende afstand nemen van emoties van de patiënt?
  • hoe vaardig ben je in vraagstelling: open/gesloten vragen, doorvragen,..?
  • hoe vaardig ben je in taalgebruik en uitleg op niveau van de patiënt?
  • ...

Professionele attitude en reflectie

  • is je optreden, uiterlijk, kleding, inzet, punctualiteit passend voor een stagiair-arts?
  • hoe zijn je managementsvaardigheden: zowel qua tijdsgebruik als administratie, opzoeken en stockeren informatie?
  • kom je voldoende op voor jezelf? Ben je assertief?
  • hoe ga je om met feedback en kritiek? Kan je jezelf realistisch inschatten?
  • welke problemen, bekommernissen neem je 's avonds mee naar huis?
  • heb je voldoende aandacht voor waarden/gevoelens, anonimiteit en beroepsgeheim?
  • hoe uit zich je bezorgdheid om het welzijn van de patiënt?
  • ...

Wetenschappelijke competentie

  • hoe doe je aan zelfstudie?
  • heb je voldoende toegang tot wetenschappelijke bronnen (internet, cursussen...)?
  • neem je deel aan kransjes of heb je zelf nog patiënten gepresenteerd?
  • ...

Functioneren in de gezondheidszorg

  • hoe is je collegiale samenwerking met medisch en niet medisch personeel?
  • heb je inzicht in de organisatiestructuur van de dienst en je eigen plaats daarin?
  • ben je geïntegreerd in de dienst en kan je voldoende actief participeren?
  • hoe neem je opdrachten aan (bv. van assistenten) en kan je ze zelf adequaat geven (bv. aan verpleegkundigen)?
  • hoe uit zich je aandacht voor preventie?
  • kan je aandacht hebben voor economische, ecologische, sociale kostprijs?
  • ...

 

NIEUWS
AGENDA