Visietekst "grote masterstage"
Definitieve versie
Inleiding Situering Bedoeling Richtinggevende principes
Inleiding
Stage is een belangrijk en essentieel onderdeel van de opleiding tot arts. Zeker nu de eindtermen van de basisarts geformuleerd zijn als "competenties". (zie visietekst "Basisarts als finaliteit van de vorming tot arts"). Deze competenties geven aan dat vaardigheden en attitudes geïntegreerd deel uitmaken van de opleiding tot basisarts naast het theoretische pakket. Deze vaardigheden en attitudes kunnen het best aangeleerd worden in praktijksituaties, zoals de stage er één is.
Deze tekst is opgebouwd uit twee delen. In een eerste deel wordt de specifieke betekenis van het stagejaar voor de vorming tot basisarts verduidelijkt. In een tweede deel wordt ingegaan op de richtinggevende principes voor de organisatie van het stagejaar.
Situering
Tijdens deze opleiding doorloopt de student verschillende stagemomenten (zie Figuur 1). Algemene informatie over de doelen en organisatie van deze stages gedurende de eerste vijf opleidingsjaren staat in de Gids "Vaardigheden" (zie: med.kuleuven.be/egids).

Figuur 1
Stages doorheen de artsenopleiding
Tijdens het derde masterjaar, dit is het voorlaatste jaar van de opleiding tot basisarts volgen de studenten gedurende 12 maanden stage. Deze stage omvat 3 maanden inwendige geneeskunde, 3 maanden heelkunde, één periode met anderhalve maand verloskunde-gynaecologie en anderhalve maand kindergeneeskunde en één periode met anderhalve maand huisartsgeneeskunde (+ sub disciplines dermatologie, oftalmologie en NKO); één maand psychiatrie en twee weken neurologie.
De opleiding gebeurt bijna volledig in de opleidingsdiensten in geaffilieerde ziekenhuizen en in geselecteerde buitenlandse stageplaatsen zowel in de Europese Unie als in Zuid-Amerika en diverse landen.
Bedoeling
Het overgrote deel van alle klinische ervaring tijdens de opleiding wordt in het stagejaar opgedaan. Dit jaar vervult dus een essentiële rol in het verwerven van de basiscompetenties.
Vandaar dat de doelstellingen van het stagejaar omschreven worden vanuit de 4 competenties van de basisarts.
Het stagejaar heeft vanuit een heel specifieke invalshoek een essentiële bijdrage in:
- de ontwikkeling van medische basiscompetentie bij de student;
- de wetenschappelijke vorming van de student;
- de student leren functioneren in de organisatie van de gezondheidszorg;
- de student leren reflecteren over zichzelf en zijn/haar eigen professioneel functioneren.
Deze vier competenties worden in figuur 2 visueel weergegeven.

figuur 2 : Competenties van de basisarts
-
De ontwikkeling van medische basiscompetentie
Het hoofddoel van het stagejaar is dat de student zich het medisch denken en handelen eigen maakt. Gedurende de eerste 5 jaar van de basisopleiding verwerft de student een breed medisch kennispakket en brede medische 1 en communicatieve (basis)vaardigheden. Nu krijgt de student volop de kans om deze kennis en vaardigheden geïntegreerd aan te wenden bij het aanpakken van medische problemen. Tijdens de stage leert de student redeneren vanuit symptomen/klachten naar pathologieën, daar waar in de voorgaande jaren de klemtoon meer lag op kennisvergaring vertrekkend vanuit ziektebeelden.
De student leert "de variabiliteit" in het normale zien en het afwijkende herkennen. Hij/zij verwerft routine in een aantal belangrijke klinische en communicatieve vaardigheden.
Verder heeft de stage als doel dat de student de vereiste basisattitudes ontplooit met betrekking tot omgang met patiënten en diens familie en de omgang met andere hulpverleners 2.
-
De wetenschappelijke vorming
De stage in het derde masterjaar vormt het ideale moment om eerder verworven wetenschappelijke kennis en vaardigheden (principes en methodologie van Evidence Based Medicine) in de praktijk toe te passen bij de aanpak van medische problemen.
Van een aantal vakken zal de student nu pas de relevantie inzien. Het is de bedoeling dat de student tijdens de stage volop teruggrijpt naar eerder verworven kennis en deze beter fundeert en verankert door de opgedane praktijkervaringen.
Daarnaast zal de student de nood voelen om bepaalde theoretische kaders aan te scherpen en op basis van de praktijk opnieuw op zoek te gaan naar theoretische legitimering.
-
Het functioneren in de organisatie van de gezondheidszorg
Eigen aan stage is dat de student zich inschakelt in de toekomstige "werkplekken". Door het rotatiesysteem (verschillende ziekenhuizen en verschillende diensten per ziekenhuis) leert de student regionale varianten kennen, verschillen in organisatiecultuur zien, enz. De studenten die stage lopen in het buitenland, krijgen een unieke kans om kennis te maken met culturele verschillen in de organisatie van de gezondheidszorg.
Het is tevens de bedoeling dat de student zich bewust wordt dat hij/zij deel uitmaakt van de gezondheidszorg gedragen door een gemeenschap en dat hij/zij tijdens het klinisch handelen ook leert rekening te houden met financiële en economische implicaties voor die gemeenschap en de leden ervan.
Tijdens de stage wordt de student geconfronteerd met de deontologie en ethiek van het beroep en het beroepsgeheim. Hij/zij zal ongetwijfeld ook in aanraking komen met ethische dilemma's. De student zal op dat moment leren een eigen moreel standpunt in te nemen en te verantwoorden tegenover patiënten en collega's.
De stage vormt een belangrijke stap in de beroepssocialisatie, met name in de transformatie van "student-arts" naar "basisarts".
-
Reflecteren over zichzelf en zijn/haar eigen professioneel functioneren
De stage in het derde jaar is het moment waarop de student kennismaakt met de verschillende deelgebieden van de geneeskunde en de eigen interessevelden en capaciteiten ivm toekomstige professionele oriëntatie kan aftasten.
De stagiair stuit tijdens de stage zeker ook op de eigen grenzen als persoon: bv. op vlak van communicatie, assertiviteit, onmacht bij bepaalde situaties, ... In die zin bieden de stages volop mogelijkheden te reflecteren over zichzelf en het eigen professioneel functioneren. We hanteren hierbij het concept van "reflectie in de breedte en diepte" 3.
Met reflectie in de breedte wordt bedoeld dat deze breder is dan het nadenken over medisch-technische handelingen. De student wordt gestimuleerd om ook stil te staan bij de emotionele, ethische en politieke dimensies van de beroepsuitoefening.
Reflectie in de diepte verwijst naar het feit dat de student niet alleen nadenkt over het professioneel handelen maar ook de achterliggende opvattingen, theoretische uitgangspunten en vooronderstellingen mee in vraag stelt.
De stage draagt tot slot bij tot de persoonlijkheidsvorming van de stagiair: ontwikkelen van assertiviteit, een levenslange leerattitude, zelfevaluatie, reflectie...
Richtinggevende principes bij de uitwerking van de stage
De uitwerking van de stage sluit aan bij het principe van "Begeleide zelfstudie" zoals de onderwijsvisie van de K.U.Leuven dit omschrijft (Zie:http://www.kuleuven.be/studenten/eerstejaars/zelfstudie.html).
-
Combinatie van leren en werken 4
Daar waar in het verleden de stage in het derde masterjaar als een werkstage werd gezien, wil de Faculteit deze stage meer profileren als een leerstage. Kenmerkend voor dit leren is dat het een "leren aan ervaring" is.
De profilering van leren gecombineerd met werken heeft volgende implicaties:-
De student onderdompelen in de praktijk
De Faculteit opteert ervoor om stagiairs gedurende een langere tijd onder te dompelen in een praktijksituatie. De stagiair maakt op die manier kennis met alle aspecten van het beroep en krijgt de kans om een diversiteit aan ervaringen op te doen (zoals het contact met patiënten, diversiteit in klinisch handelen bij verschillende artsen, het eigen klinisch handelen, omgaan met verantwoordelijkheid, ...)
-
De student wordt opgenomen als volwaardig lid van het medisch team 5
De stage is geen "kijk"-stage waarbij de stagiair maar een zeer beperkte handelingsruimte krijgt. De stagiair dient aanzien te worden als een volwaardig lid van het medisch team. Dit impliceert dat de stagiair onder supervisie medische handelingen verricht bij het onderzoek van patiënten, het stellen van diagnoses en het bepalen van de beste behandeling.
De stagiair maakt actief deel uit van een team en moet aldus ook aan alle activiteiten van de dienst meewerken (zoals bv. dossierbeheer, raadpleging doen, meedraaien in wachten, opnemen van routinetaken ...). Omdat de stagiair zich nog in een opleidingssituatie bevindt, krijgt hij/zij voldoende ondersteuning en feedback bij het uitvoeren van die taken, voldoende tijd om deze taken op zijn/haar tempo/niveau uit te voeren en voldoende tijd om fysiek te recupereren. Dit betekent ook dat aan de stagiair gradueel meer verantwoordelijkheid gegeven zal worden.
De stagiair ervaart dat het uitoefenen van geneeskunde een multidisciplinaire en multiprofessionele aangelegenheid is, waarbij het contact en de interactie tussen de verschillende spelers in het veld een wezenlijk onderdeel is 6.
-
Aandacht voor reflectie vanuit de vaststelling dat ervaring opdoen niet automatisch leidt tot leren
In welke mate ervaringen opgedaan tijdens de stage werkelijk bijdragen tot leren, heeft te maken met wat de stagiair met deze ervaringen doet. Leren vatten we op als een actief proces waarbij de stagiair nieuwe kennis/ervaringen integreert met vroegere ervaringen, gebruik makend van de reeds aanwezige kennis (bv. uit theoretische cursussen). Om dit te bereiken dient de stagiair te reflecteren op de nieuwe ervaringen.
-
Leerervaringen bij studenten uitlokken via stimulerende interventies
Leerrendement tijdens stages wordt sterk verhoogd wanneer de stagiair de kans krijgt leerervaringen uit te wisselen. Het is belangrijk dat gedurende het stagejaar verschillende informele en formele uitwisselingsmomenten met collega-stagiairs, stageleiders en verantwoordelijken georganiseerd worden.
De stagiair kan hierbij ondersteund en uitgedaagd worden door stimulerende interventies van bijvoorbeeld stageleiders op kransjes of van professoren tijdens terugkomdagen. Opdat ervaringen zouden leiden tot "diepe" leerervaringen is het belangrijk dat deze op een hoger niveau gebracht en geïntegreerd worden. De Faculteit biedt hierbij ondersteuning door de opleiding van bekwame stageleiders en een goede integratie van de terugkomdagen. (zie ook punt 3).
-
De student onderdompelen in de praktijk
-
Combinatie van praktijk en theorie
Tijdens het stagejaar maakt de student gebruik van de theoretische kennis opgedaan in de vorige jaren om het medisch klinisch denken en handelen te verwerven. Omdat praktijksituaties meestal veel complexer zijn dan de theorie suggereert, ligt het eenvoudigweg 'toepassen' van de theorie (opgedane kennis) bij het medisch-klinisch handelen niet voor de hand. Dikwijls is het in de praktijk niet eenduidig wat in een concrete situatie de meest effectieve aanpak is. Een arts moet in de hier-en-nu situatie, rekening houdend met de context voortdurend beslissingen nemen. Een student kan toegang krijgen tot het denken van de stageleider door gericht vragen te stellen. Een goede stageleider zal via "hardop denken" zijn/haar klinisch redeneren zichtbaar maken voor de stagiair.
De voortdurende wisselwerking tussen praktijk en theorie in de stage leidt tot een betere "fundering", "kadering" van de vroegere theoretische kennis (ook wel 'kennis-encapsulering' genoemd).-
Kransjes en Stagewerk
Van de stagiair wordt verwacht dat hij/zij participeert aan verschillende besprekingen, ook wel "kransjes" genoemd (op niveau van de dienst, in het ziekenhuis of tijdens een CREMEC-bijeenkomst) en minstens één keer zelf een casus voorstelt.
Verder maken studenten een stagewerk dat betrekking heeft op één of meer klinische gevallen of problemen uit de stage. Met dit stagewerk toont de student dat hij/zij erin slaagt op een nauwkeurige en toch overzichtelijke wijze een ziektegeval of een reeks ziektegevallen te analyseren en te beschrijven en de gegevens te toetsen aan recente literatuur.
-
Halve dag voor wetenschappelijk werk
Omdat, naast het praktisch klinisch handelen ook studie en reflectie een belangrijk onderdeel vormen van de stage moet hiervoor vanuit de stageplaats voldoende tijd voorzien worden. De Faculteit dringt erop aan dat de student per week een halve dag krijgt voor wetenschappelijk werk waarin de stagiair opzoekwerk kan verrichten in het kader van het stagewerk of de stageopdrachten, al dan niet opgegeven door de stageleider.
-
Terugkomdagen
Tijdens de stage ervaren stagiairs de behoefte aan theoretische diepgang en reflectie. Ze stellen vast dat vroeger geleerde theorie niet altijd klopt, of verschillend geïnterpreteerd wordt in de praktijk. Ze willen de praktijkervaringen opnieuw toetsen aan theoretische kaders. De terugkomdagen hebben als doel om de studenten te laten uitwisselen over hun stage-ervaringen, deze te toetsen aan de mening van experten en zeer praktijkgerichte informatie op te doen waardoor ze nog meer voorbereid zijn op de klinische praktijk.
-
Kransjes en Stagewerk
-
Een gedeelde verantwoordelijkheid van Faculteit, perifere stageleiders èn student
De Faculteit en stageleiders zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opleiding tijdens de stage. Deze gedeelde verantwoordelijkheid komt tot uiting in hun complementaire rollen bij de begeleiding en de beoordeling van de stagiair.
Dit neemt niet weg dat ook de stagiair zelf een verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit van zijn/haar leerproces. Dit komt tot uiting in de stage-attitude en het benutten van de stagemap als leerinstrument.-
Duidelijke eindtermen
Het leerrendement tijdens een stage mag niet afhankelijk zijn van het toevallige aanbod van een bepaalde stageplaats. Elke student heeft recht op een minimum aan stage-ervaringen, onafhankelijk van de stageplaats waarin hij/zij terecht komt. Vandaar dat de Faculteit deze minimumvereisten uitgeschreven heeft in eindtermen.
Vooreerst zijn er een aantal algemene eindtermen geformuleerd. Deze eindtermen dienen in elke stageperiode voldoende aan bod te komen èn progressief doorheen de stage beter verworven te worden. Deze eindtermen geven aan dat de student doorheen de rotatie binnen verschillende disciplines opgeleid wordt tot "Basisarts".
Daarnaast moeten in elke stageperiode de door de Faculteit vastgelegde discipline-specifieke eindtermen bereikt worden. Elke discipline moet een voldoende breed aanbod hebben om deze eindtermen te garanderen. Ook deze eindtermen zijn zo geformuleerd dat ze de "basis" van een discipline omvatten. Het is niet de bedoeling de stagiair nu reeds op te leiden tot specialist.
De student zelf noteert in welke mate hij/zij de beoogde eindtermen reeds kon oefenen. Dit wordt met de stageleider besproken tijdens tussentijdse begeleidingsgesprekken. De stageleider gaat samen met de student na hoe eindtermen die onvoldoende aan bod gekomen zijn, toch nog bereikt kunnen worden.
-
Stagemap als begeleidingsinstrument
Tijdens de stage zal een stagiair een heel gamma aan ervaringen opdoen en hierdoor veel te weten komen over zichzelf als stagiair, over zijn/haar eigen kunnen en beperktheden als toekomstig arts, over zijn/haar unieke kwaliteiten, over zijn/haar relatie met andere zorgverleners, over zijn/haar toekomstige beroepspraktijk, enz. De stagemap is een hulpmiddel om het leren tijdens de stage te structureren, documenteren, er over te reflecteren en te communiceren met stageleiders of verantwoordelijken uit de Faculteit. Beperkte stageopdrachten verhogen het leerrendement omdat ze de studenten dwingen stil te staan bij bepaalde aspecten van het artsen-beroep.
Het is de bedoeling dat de documentatie van het leerproces verzameld in de stagemap de basis vormt voor begeleidingsgesprekken met de stageleiders en voor de contacten met de Faculteit, bijvoorbeeld tijdens de terugkomdagen en stationsproef.
-
Evaluatie van de stagiair
Ook de evaluatie van de stagiair is een gedeelde verantwoordelijkheid van de stagecoördinator en de Faculteit. De stagecoördinator verzamelt bij de verschillende stageleiders van de dienst informatie om zo op het einde van een periode een gefundeerd oordeel van de stagiair te maken.
Op het einde van het stagejaar legt de stagiair een stationsproef af.
Daarnaast wordt ook het stagewerk nagelezen door een facultaire leescommissie. De stagemap wordt nagekeken in functie van een pass-fail.
-
Duidelijke eindtermen
-
Ondersteuning door de Faculteit
-
Concrete profielen
Voor de diverse stagebetrokkenen - Cremecbestuur, stagecoördinator, stageleider, stagewerkpromotor, stagekapitein en stagiair – worden 'profielen' ontwikkeld. In dit profiel worden de verwachtingen van de faculteit ten aanzien van de stagebetrokkene gespecifieerd en diens taakomschrijving geconcretiseerd.
-
Opleidingsmodules voor stageleiders
De Faculteit biedt opleidingsmodules aan zodat de regionale stageleiders zich kunnen bijscholen in het coachen van de stagiairs en het creëren van een krachtige leeromgeving.
-
Bewaking van de kwaliteit van de stage(plaats) en terugkoppeling van deze informatie naar de desbetreffende stageplaatsen
Door een continue evaluatie van de kwaliteit van de stageplaatsen bewaakt de Faculteit het kwaliteitsniveau in de verschillende stageplaatsen. Deze kwaliteit wordt in kaart gebracht aan de hand van een uitgebreide en repetitieve bevraging van stagiairs. De resultaten op deze vragenlijst worden gebruikt voor de selectie van toekomstige stageplaatsen. Ze worden ook teruggespeeld naar de stageplaatsen zodat ze zelf de kwaliteit van de stage kunnen optimaliseren. Ze kunnen hierbij een beroep doen op ondersteuning vanuit de Dienst Onderwijs van de Faculteit.
-
Goed uitgebouwd communicatieforum
Hoewel de stage zich hoofdzakelijk afspeelt "in het veld" verspreid over heel Vlaanderen en zelfs in het buitenland, mag dit geen geïsoleerd gebeuren zijn. Een stage-webstek en een e-Nieuwsbrief zijn de kanalen om de contacten tussen de periferie en Leuven te onderhouden. De webstek derde masterjaar is te bereiken via: http://med.kuleuven.be/education/gids/3jarts/index_nl.html
Vanuit deze webstek kan men doorklikken naar de e-Nieuwsbrief die vier keer per jaar verschijnt.
-
Concrete profielen
| 1 | De medische (instrumenteel-technische en semeiologische) basisvaardigheden worden gedurende de opleiding in kleine groep aangeleerd en voor de aanvang van de stage getoetst, zodat de student goed voorbereid aan de stage begint. Een overzicht van de aangeleerde instrumenteel-technische, semeiologische en communicatieve vaardigheden staat in de Gids Vaardigheden (zie: med.kuleuven.be/egids). |
| 2 | Als uiting van het belang dat de Faculteit hecht aan het verwerven van ethische en humane kwaliteiten, wordt elk jaar aan een student(e) die zich op dit vlak onderscheidt de prijs Prof de Groote uitgereikt. |
| 3 | Kelchtermans, G. (2001). Reflectief ervaringsleren voor leerkrachten. Een werkboek voor opleiders, nascholers en stagebegeleiders (Cahiers voor Didactiek, 10). Deurne: Wolters Plantyn. |
| 4 | Voor dit en volgend principe wordt gebruik gemaakt van een analyse van de theorie-praktijkkloof in: Kelchtermans, G. (2003) De Kloof voorbij. Naar een betere integratie van theorie en praktijk in de lerarenopleiding. Rapport opgesteld in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad. Brussel: VLOR |
| 5 | Dit impliceert echter NIET dat de stagiair als onontbeerlijk voor de dienst mag aanzien worden. De aanwezigheid van een stagiair kan in geen geval een werkkracht uitsparen. |
| 6 | Niet alleen artsen, maar ook verpleegkundigen, (co-)assistenten, therapeuten ... maken deel uit van de dienst. Stagiairs kunnen van deze mensen heel veel zinvolle zaken leren en er moet nagegaan worden in welke mate ze ingeschakeld kunnen worden in de opleiding van de stagiair. |
