Geneeskunde studeren... hoe ziet mijn opleiding eruit?

Opleidingsduur

In maart 2009 werd de politieke beslissing genomen om de duur van de opleiding geneeskunde te verkorten tot 6 jaar (i.p.v. 7 jaar). Gezien op dit moment de effectieve ingangsdatum en de programmaopbouw nog niet gekend is, wordt geopteerd om het huidige programma weer te geven.

De opleiding tot basisarts is gebaseerd op thematisch georganiseerd onderwijs en een praktijkgerichte aanpak. De faculteit hanteert hiervoor vijf krachtlijnen:

  1. een doorgedreven theoretische en thematische opleiding in de geneeskundige basiswetenschappen met praktische uitwerking via werkzittingen en practica, klinische colleges en probleemoplossingsgerichte klinieken;
  2. de ontwikkeling van manuele en communicatieve vaardigheden;
  3. aandacht voor de relatie mens, milieu en maatschappij;
  4. een grondige wetenschappelijke vorming;
  5. ruimte voor eigen keuzes in het onderwijspakket.

'Geneeskunde is een boeiende sector die constant verandert en vernieuwt.'
(Student)

Deze krachtlijnen worden in de loop van je opleiding progressief uitgebouwd. Het pakket basis wetenschappen wordt beperkt tot wat een arts echt nodig heeft en waar mogelijk wordt de klinische relevantie ervan aangetoond. Voorafgaand aan het medisch handelen (dat centraal staat in de masteropleiding), moet je de basiskennis verwerven over lichaam, psyche en hun onderlinge samenspel, en over de sociale en maatschappelijke context waarin de mens functioneert. Vaardigheden komen aan bod in het opleidingsonderdeel EHBO en verbandleer en in de verpleegstage van 14 dagen na je eerste bachelorfase. Daarnaast volg je enkele opleidingsonderdelen gericht op een algemene intellectuele en wetenschappelijke vorming.

In de tweede en derde bachelorfase wordt de theoretische vorming thematisch gestructureerd rond onderwerpen als bloed en bloedsomloop, spijsvertering en voeding, ademhaling en nier, en ontwikkeling en voortplanting. Daarnaast krijg je een vorming in metabolisme en metabole regeling, celfysiologie, neurowetenschappen, topografische en radiologische anatomie immunologie, microbiologie en algemene pathologie. Vaardigheden worden verder ontwikkeld met een eerste oefening in het onderzoek van patiënten en het opstarten van je vorming in communicatieve vaardigheden. In de tweede bachelorfase staat het groepsoverleg centraal. In de derde fase wordt het afnemen van een interview geoefend.

Mens, milieu en maatschappij komen aan bod in de opleidingsonderdelen psychologie, medische en gezondheidspsychologie, medische ethiek, in een korte stage in de patiëntenzorg en een prestage huisartsgeneeskunde. De vorming van het wetenschap pelijk denken wordt voortgezet. Onder begeleiding van docenten leer je wetenschappelijke artikels opzoeken en lezen en een zelf gekozen onderzoeksvraag uitwerken in een seminariewerk. Ten slotte krijg je de kans om uit een uitgebreid aanbod vier keuzeopleidingsonderdelen te kiezen.

Ook aan de K.U.Leuven Campus Kortrijk kun je de bacheloropleiding geneeskunde volgen. Daarna kun je zonder problemen overschakelen naar de master in de geneeskunde in Leuven.
Webpagina toekomstige studenten Campus Kortrijk

Studieprogramma van de eerste studiefase bachelor
Studieprogramma van het tweede studiefase bachelor
Studieprogramma van het derde studiefase bachelor

Master in de geneeskunde

studente De bachelor in de geneeskunde geeft rechtstreeks toegang tot de master in de geneeskunde.

De eerste en tweede opleidingsfase van de master

De eerste en tweede opleidingsfase van de master zijn gewijd aan de systematische opbouw van de kennis over ziekte en ziektemechanismen en aan de voorbereiding van je stagejaar. Binnen het klinisch onderwijs worden in dezelfde periode zowel de internistische, heelkundige, radiologische als anatomopathologische aspecten gedoceerd. De theoretische kennis van de ziektebeelden wordt in een logische en chronologisch interessante volgorde geplaatst. De klinische vorming gebeurt inhoudelijk door de klinische colleges met patiënten of casussen, door de korte stagemomenten en door de bedside teaching in UZ Leuven.

In de eerste opleidingsfase van de master komen naast enkele algemene begrippen de klinische problemen van de spijsvertering, de nier en het urologisch systeem, de infectieziekten en de algemene geneeskunde aan bod. Verder leer je over farmacologie, psychiatrie en oogheelkunde. In de tweede opleidingsfase van de master gaat het erom je kennis over ziekten en ziektemechanismen verder uit te diepen. Naast een aantal aspecten van de algemene geneeskunde komen hart- en vaatziekten, ademhaling, geriatrie, oncologie, gynaecologie en verloskunde en kindergeneeskunde aan bod. Daarnaast leer je over dermatologie, neurologie, neus-, keel- en oorziekten en stomatologie. Ten slotte worden ook de endocrinologische aspecten behandeld.

Wat de vaardigheden betreft, zijn er oefeningen in het patiëntenonderzoek onder leiding van tutoren-artsen, trainingen in het vaardigheidscentrum en stages. Ook je communicatieve vaardigheden worden verder ontwikkeld: je leert een gewoon consult en moeilijke gesprekken voeren.

Daarnaast volg je opleidingsonderdelen over de gezondheidszorg met een bijhorende stage. De wetenschappelijke vorming in de eerste en tweede opleidingsfase van de master vertrekt van de vraag hoe je voor een klinisch probleem op correcte wijze een oplossing kunt zoeken in de literatuur. Zowel in de eerste als in de tweede opleidingsfase volg je vier keuzetopics, die je kunt kiezen uit een ruim aanbod. Je kunt dan ook, naast het verplichte pakket, vrije opleidingsonderdelen volgen.

De derde opleidingsfase van de master

Oefenen vaardighedenDe stage van twaalf maanden in de derde fase vormt de hoeksteen van de praktisch-klinische opleiding. Deze stage omvat vier periodes van dertien weken bestaande uit een blok inwendige geneeskunde, een stage in de heelkunde en een stage in de verloskunde-gynaecologie en kindergeneeskunde. De vierde periode van dertien weken bestaat uit stages in de huisartsgeneeskunde, op de dienst neurologie en psychiatrie. Tijdens deze stageperiode heb je recht op een aantal korte vakantiemomenten. Voor deze stages kun je terecht in ziekenhuizen buiten Leuven. UZ Leuven, dat zeer veel ingewikkelde pathologie te verzorgen krijgt, is meer gericht op de opleiding van de assistenten.

De K.U.Leuven heeft een volledige stageorganisatie per regio uitgebouwd, onder de naam CREMEC (Complementair REgionaal MEdisch Centrum). Bovendien is er een groot aantal buitenlandse stageplaatsen, zowel in de Europese Unie als daarbuiten. De bedoeling is dat je je via je stage bekwaamt in het medisch-klinisch denken en dat je je kennis vervolledigt door een actieve medewerking bij het onderzoek van patiënten, het stellen van diagnoses en het bepalen van de beste behandeling.

Het maken van een stagewerk is een belangrijk onderdeel van de opleiding in de derde masterfase en maakt deel uit van de masterproef, waarbij de toekomstige arts erin moet slagen op een nauwkeurige en overzichtelijke wijze een ziektegeval of een reeks ziektegevallen te analyseren en te beschrijven en de gegevens te toetsen aan de recente literatuur.

De vierde opleidingsfase van de master

Oefenen vaardighedenIn de vierde opleidingsfase kies je voor een afstudeerrichting uit de volgende mogelijkheden: huisartsgeneeskunde, prespecialisatie, wetenschappelijk onderzoek of maatschappelijke gezondheidszorg. Deze vier richtingen bezitten naast hun eigen opleidingsonderdelen ook een gemeenschappelijk deel dat tijdens het eerste semester wordt gegeven. In dat eerste semester wordt een bloksysteem gehanteerd waarbij klinisch co-assistentschap en klinisch onderwijs elkaar afwisselen. Iedereen krijgt gedurende een zestigtal klinische colleges, voorbereid door individuele zelfstudie en groepswerk, de voornaamste medische problemen voorgeschoteld. Onder begeleiding pas je al je kennis en kunde toe op specifieke problemen. Daarenboven zijn er aanvullende capita selecta over fysische geneeskunde en revalidatie, klinische immunologie, pijnbestrijding en palliatieve zorg, klinische genetica en intraveneuze vochttherapie. De opleidingsonderdelen gerechtelijke geneeskunde, geneeskundige plichtenleer en geneeskundig recht en religie, zingeving en levensbeschouwing komen ook aan bod. Tijdens het tweede semester zijn er specifieke opleidingselementen per afstudeerrichting.

De afstudeerrichting huisartsgeneeskunde omvat klinische colleges en specifieke lessen huisarts geneeskunde. Daarnaast krijg je ook een opleiding in een huisartspraktijk en in ziekenhuisdiensten. Onder supervisie doorloop je een vast programma waarbij je progressief autonoom medisch leert werken. Je wisselt telkens twee maanden huisartsstage af met intensieve trainingsweken gedurende twee maanden, waarbij je je klinische en sociale basisvaardigheden op punt stelt. Je toekomstige artsenpraktijk wordt bovendien concreet voorbereid doordat je o.a. bezig bent met dossier modellen, urgentietrousses, huisartslaboratoria en het plannen van praktijkruimte.

De richting prespecialisatie, waarvoor je moet voldoen aan een aantal selectiecriteria, is de voorbereiding op een eventuele latere specialisatie. Ze veronderstelt fulltime co-assistentschap in de gekozen afdeling van UZ Leuven en verplichte aanwezigheid op de postgraduate en postuniversitaire seminaries. Daarnaast volg je klinische colleges. In enkele richtingen zijn ook 'speciale vraagstukken' als verplicht opleidingsonderdeel opgenomen. De zelfstudie vertaalt zich in een verplicht seminariewerk: een literatuurstudie of een laboratoriumwerk. Tijdens en onmiddellijk na het eerste semester is een overstap naar de afstudeerrichting huisartsgeneeskunde of maatschappelijke gezondheidszorg nog mogelijk.

De oriëntatie wetenschappelijk onderzoek leunt nauw aan bij de opleiding prespecialisatie, met als belangrijkste verschil dat het co-assistentschap wordt vervangen door laboratoriumonderzoek. De studenten voor deze oriëntatie worden geselecteerd op basis van hun studieresultaten en de onderzoekservaring tijdens hun studies. Volg je deze richting en wil je toch een specialisatie volgen, dan heb je ook co-assistentschap in de gekozen discipline op je programma staan gedurende een beperkte periode.

De richting maatschappelijke gezondheidszorg draait vooral rond preventieve en maatschappelijke gezondheidszorg. Als je deze richting volgt, loop je vier maanden stage in een erkende instelling van sociale en preventieve geneeskunde of bij een beleidsorgaan van het gezondheidswezen. Verder heb je ook twee maanden co-assistentschap voor de boeg in een afdeling van inwendige geneeskunde en/of pediatrie van UZ Leuven en één maand stage bij een erkende huisarts.